Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Comparaciones, cantidad y grado
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met Spaanse vergelijkende en overtreffende bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden kun je mensen, dingen of handelingen vergelijken of het hoogste of laagste niveau aangeven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vormen om eigenschappen, hoeveelheden of handelingen te vergelijken of om het hoogste of laagste niveau van iets aan te geven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

María es más alta que Ana.

Nederlands: María is groter dan Ana.

Este coche es menos rápido que aquel.

Nederlands: Deze auto is minder snel dan die daar.

Pedro corre tan rápido como Juan.

Nederlands: Pedro rent net zo snel als Juan.

Es el libro más interesante de la clase.

Nederlands: Het is het interessantste boek van de klas.

Ellos son los menos ruidosos del grupo.

Nederlands: Zij zijn de minst luidruchtigen van de groep.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen