Taal
Spaans
Niveau
B1
Eenheid
Preposiciones
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Tijdspreposities in het Spaans zijn woorden die aangeven wanneer iets gebeurt: voor, na, op een bepaald moment of gedurende een periode.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te vertellen wanneer een gebeurtenis plaatsvindt, hoe lang iets duurt of wanneer iets begint en eindigt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

La clase empieza a las nueve.

Nederlands: De les begint om negen uur.

Voy de vacaciones en julio.

Nederlands: Ik ga op vakantie in juli.

Trabajo desde las ocho hasta las cinco.

Nederlands: Ik werk van acht tot vijf.

Estudié español durante dos años.

Nederlands: Ik heb twee jaar Spaans gestudeerd.

Ceno después de hacer ejercicio.

Nederlands: Ik dineer na het sporten.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen