El libro está sobre la mesa.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
Preposiciones de lugar zijn Spaanse voorzetsels die aangeven waar iemand of iets zich bevindt ten opzichte van iets anders. Ze beschrijven de positie of plaats.
Gebruik preposiciones de lugar in het Spaans om te vertellen waar mensen, objecten of plaatsen zijn. Ze zijn handig bij het geven van aanwijzingen, het beschrijven van een kamer of het uitleggen waar iets staat.
El libro está sobre la mesa.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
La escuela está cerca de mi casa.
Nederlands: De school is dichtbij mijn huis.
El gato está debajo de la silla.
Nederlands: De kat is onder de stoel.
El coche está delante de la casa.
Nederlands: De auto staat voor het huis.
La lámpara está entre la cama y la ventana.
Nederlands: De lamp staat tussen het bed en het raam.