María es la más inteligente de la clase.
Nederlands: María is de slimste van de klas.
Superlatieve bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans gebruik je om te zeggen dat iets of iemand de hoogste of laagste graad van een eigenschap in een groep heeft.
Gebruik het superlatief als je wilt aangeven dat iemand of iets het meest of minst is binnen een groep of categorie (bijvoorbeeld: de grootste, de minst dure).
María es la más inteligente de la clase.
Nederlands: María is de slimste van de klas.
Este es el libro más interesante de la biblioteca.
Nederlands: Dit is het interessantste boek van de bibliotheek.
Pedro es el menos rápido del equipo.
Nederlands: Pedro is de minst snelle van het team.
Ellos son los más altos de su familia.
Nederlands: Zij zijn de langste van hun familie.