Taal
Spaans
Niveau
B1
Eenheid
Adjetivos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met vergelijkende bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans kun je eigenschappen van twee mensen, dieren of dingen vergelijken. Je zegt zo of iets meer, minder of even ... is als iets anders.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Spaanse comparatieven om verschillen of overeenkomsten tussen twee dingen aan te geven, zoals dat iets groter, kleiner of even goed is als iets anders.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Mi casa es más grande que tu casa.

Nederlands: Mijn huis is groter dan jouw huis.

Este libro es menos interesante que ese.

Nederlands: Dit boek is minder interessant dan dat.

Pedro es tan alto como Juan.

Nederlands: Pedro is even lang als Juan.

La película es más divertida que la serie.

Nederlands: De film is leuker dan de serie.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen