- Taal
- Spaans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Verbos en presente
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Spaans zijn er werkwoorden die niet de gewone regels volgen in de tegenwoordige tijd (presente de indicativo). Dit zijn onregelmatige werkwoorden. Je moet hun vormen uit je hoofd leren.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze onregelmatige werkwoorden om te praten over acties, situaties of toestanden in het heden. Ze komen heel vaak voor in het Spaans.
Belangrijke vormen
- tener: tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen
- ir: voy, vas, va, vamos, vais, van
- hacer: hago, haces, hace, hacemos, hacéis, hacen
- ser: soy, eres, es, somos, sois, son
- estar: estoy, estás, está, estamos, estáis, están
Voorbeelden
Yo tengo un perro.
Nederlands: Ik heb een hond.
¿Dónde estás?
Nederlands: Waar ben jij?
Ella va a la escuela.
Nederlands: Zij gaat naar school.
Nosotros hacemos la tarea.
Nederlands: Wij maken het huiswerk.
Soy estudiante.
Nederlands: Ik ben student.
Tips
- Let goed op de 'yo'-vorm, die verandert vaak het meest.
- Gebruik geen regelmatige uitgangen bij deze werkwoorden, leer de speciale vormen.
- Oefen deze werkwoorden in korte zinnen om ze beter te onthouden.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn alleen onregelmatig in bepaalde personen (bijvoorbeeld, 'hacer' is alleen onregelmatig bij 'yo': 'hago').
- Er zijn meer onregelmatige werkwoorden, controleer of een werkwoord onregelmatig is voordat je het gebruikt.