- Taal
- Spaans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Negación y estructura de la oración
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Negatie in het Spaans is de manier om een zin negatief te maken, bijvoorbeeld om te zeggen dat iets niet gebeurt of niet bestaat.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik negatie in het Spaans als je wilt ontkennen, zeggen dat iets nooit gebeurt, of dat niemand of niets betrokken is.
Belangrijke vormen
- no + werkwoord (No tengo dinero.)
- nunca + werkwoord (Nunca viajo en avión.)
- nadie + werkwoord (Nadie sabe la respuesta.)
- nada + werkwoord (No quiero nada.)
- tampoco + werkwoord (Tampoco entiendo.)
Voorbeelden
No estudio francés.
Nederlands: Ik studeer geen Frans.
Nunca como carne.
Nederlands: Ik eet nooit vlees.
No hay nadie en casa.
Nederlands: Er is niemand thuis.
No quiero nada.
Nederlands: Ik wil niets.
Tampoco entiendo la pregunta.
Nederlands: Ik begrijp de vraag ook niet.
Tips
- Plaats meestal 'no' direct vóór het werkwoord.
- Als je woorden als 'nada', 'nadie' of 'nunca' ná het werkwoord gebruikt, moet je ook 'no' vóór het werkwoord zetten.
- Dubbele ontkenningen zijn in het Spaans juist en soms nodig.
Uitzonderingen en randgevallen
- Als 'nadie', 'nunca' of 'nada' vóór het werkwoord staan, hoef je geen 'no' te gebruiken.