- Taal
- Spaans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Comparación y cuantificación
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Spaans zijn 'expresiones de cantidad' woorden of uitdrukkingen om aan te geven hoeveel er van iets is. Ze helpen je om een hoeveelheid te beschrijven.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze uitdrukkingen in het Spaans om te zeggen of er veel, weinig, te veel of genoeg van iets is. Je gebruikt ze met zelfstandige naamwoorden (dingen of mensen) of met werkwoorden (acties).
Belangrijke vormen
- mucho/mucha/muchos/muchas
- poco/poca/pocos/pocas
- bastante/bastantes
- demasiado/demasiada/demasiados/demasiadas
- un poco de
- mucho (bij werkwoorden)
Voorbeelden
Tengo mucha hambre.
Nederlands: Ik heb veel honger.
Hay pocos estudiantes en la clase.
Nederlands: Er zijn weinig studenten in de klas.
Comemos bastante fruta.
Nederlands: We eten best veel fruit.
Bebo un poco de agua.
Nederlands: Ik drink een beetje water.
Trabajo mucho.
Nederlands: Ik werk veel.
Tips
- Let op het geslacht en het meervoud van het zelfstandig naamwoord: 'mucho pan', 'mucha agua', 'muchos amigos', 'muchas casas'.
- Na een werkwoord gebruik je altijd de mannelijke enkelvoudsvorm: 'mucho', 'poco', 'demasiado', 'bastante'.
- Na 'un poco' komt altijd 'de' voor het zelfstandig naamwoord: 'un poco de leche'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij werkwoorden gebruik je nooit de vrouwelijke of meervoudsvorm ('muchos', 'muchas', enz.), alleen de mannelijke enkelvoud ('mucho').