- Taal
- Spaans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Formas y uso de los verbos
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Reflexieve werkwoorden in het Spaans zijn werkwoorden waarbij de persoon de handeling op zichzelf uitvoert. Deze werkwoorden gebruiken speciale voornaamwoorden (me, te, se, nos, os, se) om dit aan te geven.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik reflexieve werkwoorden in het Spaans om te praten over dagelijkse routines, persoonlijke verzorging, gevoelens of acties die iemand op zichzelf uitvoert. Bijvoorbeeld opstaan, zich wassen of zichzelf noemen.
Belangrijke vormen
- me + werkwoord (yo) — me llamo
- te + werkwoord (tú) — te levantas
- se + werkwoord (él/ella/usted) — se ducha
- nos + werkwoord (nosotros/as) — nos vestimos
- os + werkwoord (vosotros/as) — os peináis
- se + werkwoord (ellos/ellas/ustedes) — se acuestan
Voorbeelden
Me levanto a las siete.
Nederlands: Ik sta om zeven uur op.
Te cepillas los dientes.
Nederlands: Jij poetst je tanden.
Se llama Ana.
Nederlands: Zij heet Ana.
Nos vestimos rápido.
Nederlands: Wij kleden ons snel aan.
Tips
- Gebruik altijd het juiste reflexieve voornaamwoord bij het werkwoord.
- Sommige werkwoorden veranderen van betekenis als ze reflexief zijn.
- Het voornaamwoord komt vóór het vervoegde werkwoord of achter een infinitief (bijvoorbeeld: 'voy a ducharme').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn altijd reflexief, andere kunnen reflexief zijn afhankelijk van de betekenis.
- Een paar reflexieve werkwoorden zijn onregelmatig, zoals 'irse'.