- Taal
- Spaans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Formas y uso de los verbos
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De Spaanse 'imperativo afirmativo regular (tweede persoon enkelvoud)' is de vorm die je gebruikt om een direct, positief bevel of instructie te geven aan één persoon (informeel 'jij').
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze vorm als je iemand direct wilt zeggen wat hij of zij moet doen, bijvoorbeeld bij instructies, advies of opdrachten aan een vriend, familielid of iemand die je informeel aanspreekt.
Belangrijke vormen
- Voor werkwoorden op -ar: gebruik de derde persoon enkelvoud, bijvoorbeeld 'habla'.
- Voor werkwoorden op -er: gebruik de derde persoon enkelvoud, bijvoorbeeld 'come'.
- Voor werkwoorden op -ir: gebruik de derde persoon enkelvoud, bijvoorbeeld 'vive'.
Voorbeelden
Habla más despacio.
Nederlands: Praat langzamer.
Come la fruta.
Nederlands: Eet het fruit.
Vive aquí.
Nederlands: Woon hier.
Escucha la música.
Nederlands: Luister naar de muziek.
Abre la puerta.
Nederlands: Doe de deur open.
Tips
- Gebruik geen persoonlijk voornaamwoord ('tú') bij de gebiedende wijs.
- De uitgang is hetzelfde als bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd.
- Alleen te gebruiken voor één persoon die je met 'jij' aanspreekt.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de gebiedende wijs: 'decir' (di), 'hacer' (haz), 'ir' (ve), 'poner' (pon), 'salir' (sal), 'ser' (sé), 'tener' (ten), 'venir' (ven).