Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Números y expresiones de tiempo
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans gebruik je hoofdtelwoorden (numerales cardinales) om te tellen (één, twee, drie...), en rangtelwoorden (numerales ordinales) om volgorde aan te geven (eerste, tweede, derde...).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik hoofdtelwoorden om dingen, mensen of voorwerpen te tellen. Gebruik rangtelwoorden om de positie of volgorde aan te geven (zoals 'de eerste dag', 'de tweede verdieping').

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Tengo dos hermanos.

Nederlands: Ik heb twee broers.

Vivo en el tercer piso.

Nederlands: Ik woon op de derde verdieping.

Hay cinco libros en la mesa.

Nederlands: Er liggen vijf boeken op de tafel.

Es mi primer coche.

Nederlands: Het is mijn eerste auto.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen