¿Cómo estás tú?
Nederlands: Hoe gaat het met je? (informeel)
In het Spaans zijn er twee hoofdvormen voor 'jij/u': 'tú' (informeel) en 'usted' (formeel). Deze vormen laten zien hoeveel respect of bekendheid je met iemand hebt.
Gebruik 'tú' bij vrienden, familie of mensen van je eigen leeftijd. Gebruik 'usted' bij onbekenden, oudere mensen of in formele situaties.
¿Cómo estás tú?
Nederlands: Hoe gaat het met je? (informeel)
¿Cómo está usted?
Nederlands: Hoe gaat het met u? (formeel)
Tú tienes un libro.
Nederlands: Jij hebt een boek. (informeel)
¿Usted quiere café?
Nederlands: Wilt u koffie? (formeel)