Taal
Spaans
Niveau
A0
Eenheid
Palabras auxiliares y verbos principales
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

'Tener' is het werkwoord dat gebruikt wordt om bezit en relaties aan te geven in het Spaans. Het is een veelgebruikt werkwoord op dit niveau.

Wanneer je het gebruikt

'Tener' gebruik je om te praten over dingen die mensen bezitten, familieleden, leeftijd of kenmerken.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Yo tengo un libro.

Nederlands: Ik heb een boek.

Él tiene una hermana.

Nederlands: Hij heeft een zus.

Ellos no tienen tiempo.

Nederlands: Zij hebben geen tijd.

Ella tiene un teléfono nuevo.

Nederlands: Zij heeft een nieuwe telefoon.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen