Taal
Spaans
Niveau
A0
Eenheid
Negaciones y preguntas básicas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Korte antwoorden in het Spaans gebruiken vaak alleen 'sí' of 'no', maar kunnen het werkwoord herhalen voor duidelijkheid.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik korte antwoorden om natuurlijk te reageren zonder volledige zinnen te herhalen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

¿Es él tu amigo? Sí, lo es.

Nederlands: Is hij jouw vriend? Ja, dat is hij.

¿Te gusta el café? No, no me gusta.

Nederlands: Vind je koffie lekker? Nee, dat vind ik niet.

¿Están en casa? Sí, lo están.

Nederlands: Zijn ze thuis? Ja, dat zijn ze.

¿Ella estudia aquí? No, no estudia.

Nederlands: Studeert zij hier? Nee, dat doet zij niet.

Tips

Verder verkennen