Trabajo ahora.
Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)
Op A0-niveau begint het werk met Spaanse tijden als tijdsbesef: nu (tegenwoordige tijd), voor nu (verleden), en na nu (toekomst).
Gebruik dit overzicht om de betekenis van zinnen te classificeren op tijd voordat je dieper op grammatica ingaat.
Trabajo ahora.
Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)
Trabajé ayer.
Nederlands: Ik werkte gisteren. (verleden)
Trabajaré mañana.
Nederlands: Ik zal morgen werken. (toekomst)
Ella está en casa ahora.
Nederlands: Zij is nu thuis. (tegenwoordige tijd van zijn)