Taal
Spaans
Niveau
A0
Eenheid
Señales básicas de tiempo verbal
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Op A0-niveau begint het werk met Spaanse tijden als tijdsbesef: nu (tegenwoordige tijd), voor nu (verleden), en na nu (toekomst).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik dit overzicht om de betekenis van zinnen te classificeren op tijd voordat je dieper op grammatica ingaat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Trabajo ahora.

Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)

Trabajé ayer.

Nederlands: Ik werkte gisteren. (verleden)

Trabajaré mañana.

Nederlands: Ik zal morgen werken. (toekomst)

Ella está en casa ahora.

Nederlands: Zij is nu thuis. (tegenwoordige tijd van zijn)

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen