Taal
Spaans
Niveau
A0
Eenheid
Pronombres, artículos y palabras de referencia
Oefentypen
0
Wat dit grammaticapunt behandelt Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden geven aan van wie iets is en staan vóór het zelfstandig naamwoord.
Wanneer je het gebruikt Gebruik ze om aan te geven dat iets van iemand is.
Belangrijke vormen
mi, tu, su, nuestro/a, vuestro/a, sus + noun
Voorbeelden
Este es mi libro.
Nederlands: Dit is mijn boek.
¿Dónde está tu coche?
Nederlands: Waar is jouw auto?
Su nombre es Ana.
Nederlands: Haar naam is Ana.
Su casa es grande.
Nederlands: Hun huis is groot.
Tips
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden stemmen overeen met het zelfstandig naamwoord in getal en soms in geslacht (nuestro/a, vuestro/a). 'Su' kan betekenen: zijn, haar, uw (formeel) of hun—gebruik de context om te weten welke. Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord.
Controleer dit grammaticapunt in Spaans-naslagwerken
Controleer de regel en voorbeelden in gevestigde moedertaalreferenties. Elke link opent in een nieuw tabblad.
Woord van de dag
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Spaans. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Ontvang elke ochtend een nieuw woord
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Bijgewerkt 2026-05-09