Taal
Spaans
Niveau
A0
Eenheid
Adjetivos, preposiciones y conectores
Oefentypen
0
Wat dit grammaticapunt behandelt Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven mensen, dingen of gevoelens in het Spaans.
Wanneer je het gebruikt Gebruik bijvoeglijke naamwoorden om te praten over kleur, grootte, leeftijd, vorm of mening over zelfstandige naamwoorden.
Belangrijke vormen
adjetivo + sustantivo (una casa grande) ser/estar + adjetivo (la casa es grande) adjetivo concuerda en género y número adjetivos comunes: grande, pequeño, feliz, triste
Voorbeelden
Es una casa grande.
Nederlands: Het is een groot huis.
Ella está feliz.
Nederlands: Zij is blij.
El libro es interesante.
Nederlands: Het boek is interessant.
Tengo un perro pequeño.
Nederlands: Ik heb een kleine hond.
Tips
Bijvoeglijke naamwoorden komen meestal na het zelfstandig naamwoord in het Spaans. Bijvoeglijke naamwoorden moeten overeenkomen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) met het zelfstandig naamwoord. Sommige bijvoeglijke naamwoorden zoals 'grande' veranderen niet van vorm voor het geslacht.
Controleer dit grammaticapunt in Spaans-naslagwerken
Controleer de regel en voorbeelden in gevestigde moedertaalreferenties. Elke link opent in een nieuw tabblad.
Woord van de dag
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Spaans. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Ontvang elke ochtend een nieuw woord
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Bijgewerkt 2026-05-09