Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Zeitformen und Modi
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het Präteritum is een verleden tijd in het Duits. Deze tijd wordt vooral in geschreven taal gebruikt om te vertellen over gebeurtenissen of situaties die in het verleden plaatsvonden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het Präteritum in het Duits bij het vertellen van verhalen, beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden of bij het schrijven van rapporten, vooral in boeken, kranten en formele teksten. In gesproken Duits wordt het vooral gebruikt bij 'sein', 'haben', 'werden' en modale werkwoorden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich spielte gestern Fußball.

Nederlands: Ik speelde gisteren voetbal.

Er ging nach Hause.

Nederlands: Hij ging naar huis.

Wir hatten viel Spaß.

Nederlands: We hadden veel plezier.

Sie war sehr müde.

Nederlands: Zij was erg moe.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen