Ich habe gestern Pizza gegessen.
Nederlands: Ik heb gisteren pizza gegeten.
Het 'Perfekt' is een Duitse verleden tijd die je gebruikt om afgeronde handelingen of gebeurtenissen in het verleden te beschrijven. Het wordt vooral in de spreektaal gebruikt.
Gebruik het Perfekt om te praten over iets dat in het verleden is gebeurd en nu is afgerond, vooral in gesprekken en informele teksten.
Ich habe gestern Pizza gegessen.
Nederlands: Ik heb gisteren pizza gegeten.
Wir sind schnell nach Hause gegangen.
Nederlands: Wij zijn snel naar huis gegaan.
Sie hat einen Film gesehen.
Nederlands: Zij heeft een film gezien.
Habt ihr das Buch gelesen?
Nederlands: Hebben jullie het boek gelezen?