Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Zeitformen und Modi
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'Perfekt' is een Duitse verleden tijd die je gebruikt om afgeronde handelingen of gebeurtenissen in het verleden te beschrijven. Het wordt vooral in de spreektaal gebruikt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het Perfekt om te praten over iets dat in het verleden is gebeurd en nu is afgerond, vooral in gesprekken en informele teksten.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich habe gestern Pizza gegessen.

Nederlands: Ik heb gisteren pizza gegeten.

Wir sind schnell nach Hause gegangen.

Nederlands: Wij zijn snel naar huis gegaan.

Sie hat einen Film gesehen.

Nederlands: Zij heeft een film gezien.

Habt ihr das Buch gelesen?

Nederlands: Hebben jullie het boek gelezen?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen