- Taal
- Duits
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Adjektive und Adverbien
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De Komparativ en Superlativ in het Duits worden gebruikt om dingen of mensen te vergelijken. Hiermee kun je zeggen of iets groter, kleiner of het meest van iets is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de Komparativ om twee dingen te vergelijken (bijvoorbeeld groter dan). Gebruik de Superlativ om aan te geven dat iets het meest is in een groep.
Belangrijke vormen
- Voor de vergrotende trap (Komparativ) voeg je -er toe aan het bijvoeglijk naamwoord: schnell → schneller
- Voor de overtreffende trap (Superlativ) gebruik je am + bijvoeglijk naamwoord + -sten: schnell → am schnellsten
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden krijgen een Umlaut: groß → größer → am größten
Voorbeelden
Mein Hund ist größer als dein Hund.
Nederlands: Mijn hond is groter dan jouw hond.
Anna läuft schneller als Peter.
Nederlands: Anna loopt sneller dan Peter.
Das ist der schönste Tag.
Nederlands: Dat is de mooiste dag.
Er ist am intelligentesten in der Klasse.
Nederlands: Hij is de intelligentste van de klas.
Tips
- Na de vergrotende trap gebruik je altijd 'als' om twee zaken te vergelijken.
- Let op de Umlaut bij sommige bijvoeglijke naamwoorden (zoals alt → älter → am ältesten).
- Voor de overtreffende trap na een werkwoord gebruik je 'am' + bijvoeglijk naamwoord + '-sten'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn onregelmatig: gut → besser → am besten; viel → mehr → am meisten.
- Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op -d, -t, -s, -ß, -sch, -x of -z? Gebruik dan '-esten' in de superlatief (bijv. 'am interessantesten').