Ich habe Pizza gegessen.
Nederlands: Ik heb pizza gegeten.
Het 'Perfekt' is een verleden tijd in het Duits. Je gebruikt het om te praten over gebeurtenissen of acties die al zijn afgelopen. Deze tijd wordt vaak in gesproken Duits gebruikt.
Gebruik het Perfekt om te vertellen over dingen die in het verleden zijn gebeurd en nu klaar zijn. Het is de meest gebruikte verleden tijd in gesprekken en verhalen.
Ich habe Pizza gegessen.
Nederlands: Ik heb pizza gegeten.
Wir sind nach Hause gegangen.
Nederlands: Wij zijn naar huis gegaan.
Sie hat ein Buch gelesen.
Nederlands: Zij heeft een boek gelezen.
Du hast das Fenster geöffnet.
Nederlands: Jij hebt het raam geopend.
Er ist schnell gelaufen.
Nederlands: Hij is snel gelopen.