Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Satzstruktur und Verneinung
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits gebruik je 'nicht' om een zin negatief te maken. Het betekent 'niet' en geeft aan dat iets niet waar is of niet gebeurt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'nicht' om een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord of een hele zin te ontkennen in het Duits.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich spreche nicht Deutsch.

Nederlands: Ik spreek geen Duits.

Das ist nicht mein Buch.

Nederlands: Dat is niet mijn boek.

Wir gehen heute nicht ins Kino.

Nederlands: Wij gaan vandaag niet naar de bioscoop.

Er ist nicht müde.

Nederlands: Hij is niet moe.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen