Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Satzstruktur und Verneinung
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Ja/nee-vragen (Ja/Nein-Fragen) in het Duits zijn vragen waarop je met 'ja' of 'nee' kunt antwoorden. Het werkwoord staat altijd vooraan in de zin.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze structuur als je een vraag wilt stellen waarop je met 'ja' of 'nee' kunt antwoorden in het Duits.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Bist du müde?

Nederlands: Ben je moe?

Hast du Geschwister?

Nederlands: Heb je broers of zussen?

Wohnst du in Hamburg?

Nederlands: Woon je in Hamburg?

Spricht er Englisch?

Nederlands: Spreekt hij Engels?

Kommt ihr heute?

Nederlands: Komen jullie vandaag?

Tips

Verder verkennen