Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Satzstruktur und Verneinung
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits is een hoofdzin (Hauptsatz) een volledige zin die op zichzelf kan staan. De woordvolgorde is belangrijk: het vervoegde werkwoord staat meestal op de tweede plaats.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze woordvolgorde voor gewone zinnen, mededelingen en ja/nee-vragen die met het werkwoord beginnen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich gehe heute zur Schule.

Nederlands: Ik ga vandaag naar school.

Morgen mache ich meine Hausaufgaben.

Nederlands: Morgen maak ik mijn huiswerk.

Du spielst Fußball.

Nederlands: Jij speelt voetbal.

Wir essen Pizza.

Nederlands: Wij eten pizza.

Jetzt liest er ein Buch.

Nederlands: Nu leest hij een boek.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen