- Taal
- Duits
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Satzstruktur und Verneinung
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Aussagesätze zijn mededelende zinnen in het Duits. Ze worden gebruikt om informatie te geven, feiten te vertellen of meningen uit te drukken.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik Aussagesätze als je iets wilt vertellen, een situatie wilt beschrijven of informatie wilt geven in het Duits.
Belangrijke vormen
- Onderwerp + werkwoord + (rest van de zin)
- Voorbeeld: Ich lerne Deutsch.
- Het werkwoord staat altijd op de tweede plaats.
Voorbeelden
Ich bin müde.
Nederlands: Ik ben moe.
Du hast ein Buch.
Nederlands: Jij hebt een boek.
Wir wohnen in Berlin.
Nederlands: Wij wonen in Berlijn.
Er spielt Fußball.
Nederlands: Hij speelt voetbal.
Tips
- Het werkwoord moet altijd op de tweede plek staan in de zin.
- Als je de zin begint met iets anders dan het onderwerp, komt het onderwerp na het werkwoord.
- Eindig de mededelende zin met een punt.
Uitzonderingen en randgevallen
- Soms kan een ander zinsdeel of bijwoord vooraan staan. Het werkwoord blijft op de tweede plek.