Taal
Duits
Niveau
A0
Eenheid
Hilfswörter und Grundverben
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het werkwoord 'haben' toont bezit en relaties. Op dit niveau wordt het behandeld als een veelgebruikt hulpwoord, vergelijkbaar met 'have' in het Engels.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'haben' voor dingen die mensen bezitten, kenmerken die ze hebben, of eenvoudige persoonlijke informatie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich habe ein Buch.

Nederlands: Ik heb een boek.

Er hat eine Schwester.

Nederlands: Hij heeft een zus.

Sie haben keine Zeit.

Nederlands: Zij hebben geen tijd.

Sie hat ein neues Handy.

Nederlands: Zij heeft een nieuwe telefoon.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen