Ich habe ein Buch.
Nederlands: Ik heb een boek.
Het werkwoord 'haben' toont bezit en relaties. Op dit niveau wordt het behandeld als een veelgebruikt hulpwoord, vergelijkbaar met 'have' in het Engels.
Gebruik 'haben' voor dingen die mensen bezitten, kenmerken die ze hebben, of eenvoudige persoonlijke informatie.
Ich habe ein Buch.
Nederlands: Ik heb een boek.
Er hat eine Schwester.
Nederlands: Hij heeft een zus.
Sie haben keine Zeit.
Nederlands: Zij hebben geen tijd.
Sie hat ein neues Handy.
Nederlands: Zij heeft een nieuwe telefoon.