Das Buch liegt auf dem Tisch.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
Voorzetsels zijn korte woorden die aangeven waar, wanneer of hoe iets is in het Duits.
Gebruik voorzetsels om een zelfstandig naamwoord met de rest van de zin te verbinden.
Das Buch liegt auf dem Tisch.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
Sie wohnt in Berlin.
Nederlands: Zij woont in Berlijn.
Wir treffen uns um 7 Uhr.
Nederlands: We spreken af om 7 uur.
Die Katze ist unter dem Stuhl.
Nederlands: De kat is onder de stoel.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →