- Taal
- Frans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Pronoms
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Eenvoudige Franse vragende voornaamwoorden zijn woorden waarmee je vragen stelt over mensen, dingen of een keuze, zoals 'qui?', 'que?', 'quoi?' en 'quel?'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze voornaamwoorden in het Frans als je iets wilt vragen over een onbekende persoon, ding of keuze. Ze helpen je om te vragen naar identiteit, voorwerpen of opties.
Belangrijke vormen
- qui
- que / qu’
- quoi
- quel / quelle / quels / quelles
Voorbeelden
Qui est là ?
Nederlands: Wie is daar?
Que fais-tu ?
Nederlands: Wat doe jij?
Tu veux quoi ?
Nederlands: Wat wil je?
Quel livre lis-tu ?
Nederlands: Welk boek lees jij?
Tips
- Gebruik 'qui' voor personen en 'que/quoi' voor dingen.
- 'Quel' past zich aan aan het geslacht en aantal van het zelfstandig naamwoord (quel, quelle, quels, quelles).
- Zet 'que' aan het begin van de vraag en 'quoi' na een werkwoord of voorzetsel.
Uitzonderingen en randgevallen
- Na een voorzetsel gebruik je 'qui' voor personen (bijv. 'Avec qui... ?').
- Gebruik 'qu’' voor een klinker of stomme h (bijv. 'Qu’est-ce que... ?').