Taal
Frans
Niveau
A0
Eenheid
Mots outils et verbes essentiels
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het werkwoord avoir toont bezit en relaties. Op dit niveau behandel je het als een veelgebruikt hulpwoord, vergelijkbaar met 'hebben' in het Nederlands.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik avoir voor dingen die mensen bezitten, kenmerken die ze hebben, of eenvoudige persoonlijke informatie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

J'ai un livre.

Nederlands: Ik heb een boek.

Il a une sœur.

Nederlands: Hij heeft een zus.

Ils n'ont pas le temps.

Nederlands: Zij hebben geen tijd.

Elle a un nouveau téléphone.

Nederlands: Zij heeft een nieuwe telefoon.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen