Je travaille maintenant. (présent)
Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)
Op A0-niveau begint het werk met tijden in het Frans als tijdsbewustzijn: nu, vóór nu en na nu. Frans gebruikt werkwoordsuitgangen en hulpwoorden voor tijden.
Gebruik dit overzicht om de betekenis van zinnen te classificeren op tijd voordat je dieper op grammatica ingaat.
Je travaille maintenant. (présent)
Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)
J'ai travaillé hier. (passé)
Nederlands: Ik heb gisteren gewerkt. (verleden tijd)
Je travaillerai demain. (futur)
Nederlands: Ik zal morgen werken. (toekomende tijd)
Elle est à la maison maintenant. (présent être)
Nederlands: Zij is nu thuis. (tegenwoordige tijd être)