They hugged each other.
Nederlands: Zij omhelsden elkaar.
Reciprocale voornaamwoorden in het Engels geven aan dat twee of meer mensen dezelfde handeling bij elkaar uitvoeren. De belangrijkste vormen zijn 'each other' en 'one another'.
Gebruik deze vormen wanneer twee of meer mensen iets bij elkaar doen, zoals elkaar helpen, met elkaar praten of naar elkaar kijken.
They hugged each other.
Nederlands: Zij omhelsden elkaar.
The students helped one another with their homework.
Nederlands: De leerlingen hielpen elkaar met hun huiswerk.
We always support each other.
Nederlands: Wij steunen elkaar altijd.
The two teams congratulated each other after the match.
Nederlands: De twee teams feliciteerden elkaar na de wedstrijd.