- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Verb Tenses and Aspects
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De present perfect simple is een Engelse tijd die je gebruikt om te praten over acties of ervaringen die in het verleden zijn begonnen en nog steeds belangrijk zijn of doorwerken tot nu.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de present perfect simple om te praten over ervaringen tot nu toe, gebeurtenissen in het verleden met een gevolg nu, of situaties die in het verleden zijn gestart en nog steeds doorgaan.
Belangrijke vormen
- have/has + past participle (bijv. have eaten, has gone)
- Negatief: have/has not + past participle (bijv. have not seen)
- Vraag: Have/Has + onderwerp + past participle? (bijv. Have you finished?)
Voorbeelden
I have visited London.
Nederlands: Ik heb Londen bezocht.
She has finished her homework.
Nederlands: Zij heeft haar huiswerk af.
We have lived here for five years.
Nederlands: We wonen hier al vijf jaar.
Have you ever tried sushi?
Nederlands: Heb je ooit sushi geprobeerd?
Tips
- Gebruik de present perfect niet met specifieke tijdsaanduidingen zoals 'yesterday' of 'last year'.
- Gebruik 'have' bij I/you/we/they en 'has' bij he/she/it.
- Sommige werkwoorden hebben een onregelmatig voltooid deelwoord (bijv. 'go' → 'gone', 'see' → 'seen').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de past participle-vorm.
- Gebruik deze tijd niet met afgesloten tijdsaanduidingen (bijv. 'in 2010').