I wanted to go out, but it was raining.
Nederlands: Ik wilde naar buiten gaan, maar het regende.
Linking words and phrases zijn woorden zoals 'and', 'but', 'because' en 'however' die zinnen of ideeën in het Engels met elkaar verbinden. Ze maken je Engels duidelijker en beter gestructureerd.
Gebruik linking words en phrases om zinnen te verbinden, redenen te geven, tegenstellingen aan te geven of resultaten uit te leggen. Ze helpen om je gedachten logisch te ordenen in het Engels.
I wanted to go out, but it was raining.
Nederlands: Ik wilde naar buiten gaan, maar het regende.
She studied hard, so she passed the exam.
Nederlands: Ze heeft hard gestudeerd, dus ze is geslaagd voor het examen.
Although he was tired, he finished his work.
Nederlands: Hoewel hij moe was, maakte hij zijn werk af.
We can go to the park or stay at home.
Nederlands: We kunnen naar het park gaan of thuis blijven.
It was very cold. However, we went swimming.
Nederlands: Het was erg koud. Toch gingen we zwemmen.