She is old enough to drive.
Nederlands: Zij is oud genoeg om te rijden.
‘Enough’ en ‘too’ zijn Engelse woorden om te zeggen of iets voldoende is (‘enough’) of te veel (‘too’). Je gebruikt ze om de juiste hoeveelheid of een teveel aan te geven.
Gebruik ‘enough’ als er precies genoeg of voldoende is. Gebruik ‘too’ als er meer is dan nodig of gewenst, vaak negatief bedoeld.
She is old enough to drive.
Nederlands: Zij is oud genoeg om te rijden.
We don’t have enough chairs.
Nederlands: We hebben niet genoeg stoelen.
It’s too late to leave now.
Nederlands: Het is nu te laat om te vertrekken.
He talks too much.
Nederlands: Hij praat te veel.