- Taal
- Engels
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Nouns, Articles, and Quantifiers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Engels zijn er countable (telbare) en uncountable (ontelbare) zelfstandige naamwoorden. Countable nouns zijn dingen die je kunt tellen (bijvoorbeeld: one apple, two apples). Uncountable nouns zijn dingen die je niet apart kunt tellen (zoals water, rice).
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze grammatica om over hoeveelheden te praten, om iets te vragen of om te zeggen hoeveel er van iets is in het Engels.
Belangrijke vormen
- a/an + enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord (a book, an apple)
- some/any + meervoud telbaar of ontelbaar zelfstandig naamwoord (some books, some water)
- many/few + meervoud telbaar zelfstandig naamwoord (many apples, few chairs)
- much/little + ontelbaar zelfstandig naamwoord (much money, little time)
Voorbeelden
There is an apple on the table.
Nederlands: Er ligt een appel op de tafel.
I have some water.
Nederlands: Ik heb wat water.
How many books do you have?
Nederlands: Hoeveel boeken heb jij?
There isn’t much sugar left.
Nederlands: Er is niet veel suiker meer over.
Tips
- Gebruik 'a' of 'an' niet bij ontelbare zelfstandige naamwoorden.
- Gebruik 'much' bij ontelbare en 'many' bij telbare zelfstandige naamwoorden.
- Sommige zelfstandige naamwoorden kunnen afhankelijk van de betekenis telbaar of ontelbaar zijn.
Uitzonderingen en randgevallen
- Woorden zoals 'hair' of 'chicken' kunnen telbaar of ontelbaar zijn, afhankelijk van de betekenis.