Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Verb tenses and forms
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De past simple is een Engelse verleden tijd. Je gebruikt deze tijd om te praten over acties of situaties die in het verleden zijn begonnen en afgelopen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de past simple voor gebeurtenissen of handelingen die in het verleden zijn gebeurd én afgerond. Ook gebruik je het bij het vertellen van verhalen of het opsommen van gebeurtenissen uit het verleden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I watched a movie yesterday.

Nederlands: Ik heb gisteren een film gekeken.

She visited her friend last week.

Nederlands: Zij bezocht haar vriendin vorige week.

They did not play football.

Nederlands: Zij speelden geen voetbal.

Did you eat breakfast?

Nederlands: Heb je ontbeten?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen