I watched a movie yesterday.
Nederlands: Ik heb gisteren een film gekeken.
De past simple is een Engelse verleden tijd. Je gebruikt deze tijd om te praten over acties of situaties die in het verleden zijn begonnen en afgelopen.
Gebruik de past simple voor gebeurtenissen of handelingen die in het verleden zijn gebeurd én afgerond. Ook gebruik je het bij het vertellen van verhalen of het opsommen van gebeurtenissen uit het verleden.
I watched a movie yesterday.
Nederlands: Ik heb gisteren een film gekeken.
She visited her friend last week.
Nederlands: Zij bezocht haar vriendin vorige week.
They did not play football.
Nederlands: Zij speelden geen voetbal.
Did you eat breakfast?
Nederlands: Heb je ontbeten?