Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Comparisons
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Comparatieven zijn woorden die je in het Engels gebruikt om twee dingen, mensen of plaatsen met elkaar te vergelijken. Ze laten zien of iets groter, kleiner, sneller of langzamer is dan iets anders.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik comparatieven in het Engels als je wilt zeggen dat het ene anders is dan het andere in bijvoorbeeld grootte, snelheid of kwaliteit.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

This book is bigger than that one.

Nederlands: Dit boek is groter dan dat.

My sister is taller than me.

Nederlands: Mijn zus is langer dan ik.

English is easier than Chinese.

Nederlands: Engels is makkelijker dan Chinees.

This car is more expensive than my car.

Nederlands: Deze auto is duurder dan mijn auto.

Your bag is heavier than mine.

Nederlands: Jouw tas is zwaarder dan de mijne.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen