- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Adjectives and Adverbs
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De volgorde van bijvoeglijke naamwoorden in het Engels bepaalt in welke volgorde je meerdere bijvoeglijke naamwoorden voor een zelfstandig naamwoord zet.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze volgorde als je in het Engels een persoon, plaats of ding met meer dan één bijvoeglijk naamwoord beschrijft.
Belangrijke vormen
- adjective + noun
- opinion adjective + other adjective + noun
- Voorbeeld: a big red apple
Voorbeelden
a small cat
Nederlands: een kleine kat
a beautiful old house
Nederlands: een mooi oud huis
three big green apples
Nederlands: drie grote groene appels
an interesting new book
Nederlands: een interessant nieuw boek
Tips
- In het Engels komen bijvoeglijke naamwoorden altijd vóór het zelfstandig naamwoord.
- Als je meer dan één bijvoeglijk naamwoord gebruikt, is de volgorde meestal: mening, grootte, leeftijd, kleur, zelfstandig naamwoord.
- Gebruik geen 'and' tussen bijvoeglijke naamwoorden, behalve bij opsommingen.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden zoals 'afraid' komen meestal na het werkwoord: 'The cat is afraid.'