Ik woon hier.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Bijwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Bijwoorden van plaats geven aan waar iets of iemand zich bevindt, of waar een handeling plaatsvindt.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt bijwoorden van plaats om een locatie aan te geven, een richting te beschrijven of te vragen waar iets of iemand is.
Belangrijke vormen
- hier
- daar
- overal
- ergens
- nergens
- binnen
- buiten
- boven
- beneden
- links
- rechts
- voor
- achter
- naast
- tussen
Voorbeelden
De kat zit boven.
Het boek ligt naast de lamp.
We wachten buiten.
Er is niemand binnen.
Tips
- Het bijwoord van plaats staat meestal na het werkwoord of aan het einde van de zin.
- Woorden als 'hier' en 'daar' kun je combineren met voorzetsels, bijvoorbeeld: 'hiernaast', 'daarboven'.
- Verwar bijwoorden van plaats niet met voorzetsels; bijwoorden staan op zichzelf.
Uitzonderingen en randgevallen
- Soms worden bijwoorden van plaats gecombineerd met andere woorden tot samengestelde vormen, die een iets andere betekenis kunnen hebben.