Taal
Nederlands
Niveau
A1
Eenheid
Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands betekent 'meervoud' dat je over meer dan één persoon, dier of ding praat.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het meervoud als je praat over twee of meer personen, dieren of dingen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb twee boeken.

De katten slapen.

Wij eten appels.

De huizen zijn groot.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen