Taal
Nederlands
ERK-niveau
B1
Thema
Dagelijkse Handelingen en Beschrijvingen
Gekoppelde cursus
Nederlands B1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Het zwarte shirt dat ik draag past goed.

Engels: The black shirt that I am wearing fits me well.

Het blauwe shirt ziet er mooi uit en ik draag het vandaag.

Engels: The blue shirt looks nice and I am wearing it today.

Vind je het bruine overhemd leuk? Het staat je goed.

Engels: Do you like the brown shirt? It looks good on you.

Kun je de gouden ring zien die ik draag?

Engels: Can you see the gold ring that I am wearing?

Verder verkennen