Bekijk het woordsoortenoverzicht

woordenschat bekijken

Open een van de onderstaande pagina’s om te leren met voorbeelden en uitleg in het Nederlands.

Vocabulary

op · on

Dutch · A0

Foto van oppreposition

Vocabulary

op de een of andere manier · somehow

Dutch · B2

Foto van op de een of andere manieradverb

Vocabulary

op tijd · on time

Dutch · B1

Foto van op tijdadverb

Vocabulary

op vakantie · on holiday

Dutch · B1

Foto van op vakantiephrase

Vocabulary

op zee · at sea

Dutch · B1

Foto van op zeeadverb

Vocabulary

op zich nemen · undertake

Dutch · B2

Foto van op zich nemenverb

Vocabulary

opa · grandfather

Dutch · A0

Foto van opanoun

Vocabulary

opbellen · ring up

Dutch · B1

Foto van opbellenphrasal verb

Vocabulary

het openbaar vervoer · public transport

Dutch · B1

Foto van openbaar vervoernoun

Vocabulary

openen · open

Dutch · A0

Foto van openenverb

Vocabulary

de opening · opening

Dutch · B2

Foto van openingnoun

Vocabulary

de openingstijden · opening hours

Dutch · B1

Foto van openingstijdennoun

Vocabulary

openlijk · openly

Dutch · B2

Foto van openlijkadverb

Vocabulary

de opera · opera

Dutch · B1

Foto van operanoun

Vocabulary

de operatie · operation

Dutch · B1

Foto van operatienoun

Vocabulary

de operator · operator

Dutch · B1

Foto van operatornoun

Vocabulary

opgewonden · excited

Dutch · B1

Foto van opgewondenadjective

Vocabulary

ophalen · collect

Dutch · B1

Foto van ophalenverb

Vocabulary

ophangen · hang up

Dutch · B1

Foto van ophangenverb

Vocabulary

opleggen · impose

Dutch · B2

Foto van opleggenverb

Vocabulary

oplossen · resolve

Dutch · B2

Foto van oplossenverb

Vocabulary

oplossing · relief

Dutch · B2

Foto van oplossingnoun

Vocabulary

opmerkelijk · remarkable

Dutch · B2

Foto van opmerkelijkadjective

Vocabulary

de opmerking · remark

Dutch · B2

Foto van opmerkingnoun

Vocabulary

de opname · recording

Dutch · B1

Foto van opnamenoun

Vocabulary

opnemen · withdraw

Dutch · B2

Foto van opnemenverb

Vocabulary

de oppas · babysitter

Dutch · B1

Foto van oppasnoun

Vocabulary

oppervlakkig · shallow

Dutch · B2

Foto van oppervlakkigadjective

Vocabulary

oprecht · genuinely

Dutch · B2

Foto van oprechtadverb

Vocabulary

oprichter · founder

Dutch · B2

Foto van oprichternoun

Vocabulary

opschorten · suspend

Dutch · B2

Foto van opschortenverb

Vocabulary

opslaan · save

Dutch · B1

Foto van opslaanverb

Vocabulary

het opstel · essay

Dutch · B1

Foto van opstelnoun

Vocabulary

opstijgen · take off

Dutch · B1

Foto van opstijgenscheidbaar werkwoord

Vocabulary

optimistisch · optimistic

Dutch · B2

Foto van optimistischadjective

Vocabulary

optreden · perform

Dutch · B1

Foto van optredenverb

Vocabulary

opvallend · striking

Dutch · B2

Foto van opvallendadjective

Vocabulary

opvouwbaar · folding

Dutch · B2

Foto van opvouwbaaradjective

Vocabulary

opwarming · warming

Dutch · B2

Foto van opwarmingnoun

Vocabulary

opzettelijk · deliberate

Dutch · B2

Foto van opzettelijkadjective

Vocabulary

het oranje · orange

Dutch · A0

Foto van oranjenoun

Vocabulary

orgaan · organ

Dutch · B2

Foto van orgaannoun

Vocabulary

origineel · original

Dutch · B1

Foto van origineeladjective

Vocabulary

het orkest · orchestra

Dutch · B1

Foto van orkestnoun

Vocabulary

oud · old

Dutch · A0

Foto van oudadjective

Vocabulary

de ouder · parent

Dutch · A2

Foto van oudernoun

Vocabulary

oudere · elderly

Dutch · B2

Foto van oudereadjective

Vocabulary

ouderwets · old-fashioned

Dutch · B1

Foto van ouderwetsadjective

Vocabulary

outfit · outfit

Dutch · B2

Foto van outfitnoun

Vocabulary

de output · output

Dutch · B2

Foto van outputnoun

Vocabulary

de oven · oven

Dutch · A2

Foto van ovennoun

Vocabulary

over de weg · by road

Dutch · B1

Foto van over de wegadverb

Vocabulary

over het algemeen · overall

Dutch · B2

Foto van over het algemeenadjective

Vocabulary

over land · by land

Dutch · B1

Foto van over landadverb

Vocabulary

overbrengen · convey

Dutch · B2

Foto van overbrengenverb

Vocabulary

overdragen · transmit

Dutch · B2

Foto van overdragenverb

Vocabulary

de overgang · transition

Dutch · B2

Foto van overgangnoun

Vocabulary

overlevende · survivor

Dutch · B2

Foto van overlevendenoun

Vocabulary

overleving · survival

Dutch · B2

Foto van overlevingnoun

Vocabulary

overloop · landing

Dutch · B2

Foto van overloopnoun

Vocabulary

overmatig · excessive

Dutch · B2

Foto van overmatigadjective

Vocabulary

overnight · overnight

Dutch · B1

Foto van overnightbijwoord

Vocabulary

overschrijden · exceed

Dutch · B2

Foto van overschrijdenverb

Vocabulary

de oversteekplaats · crossing

Dutch · B1

Foto van oversteekplaatsnoun

Vocabulary

de overstroming · flood

Dutch · B1

Foto van overstromingnoun

Vocabulary

overtuigd · convinced

Dutch · B2

Foto van overtuigdadjective

Vocabulary

overtuigend · convincing

Dutch · B2

Foto van overtuigendadjective

Vocabulary

overval · robbery

Dutch · B2

Foto van overvalnoun

Vocabulary

overweging · consideration

Dutch · B2

Foto van overwegingnoun

Vocabulary

overwinnen · overcome

Dutch · B2

Foto van overwinnenverb

Vocabulary

overwinning · victory

Dutch · B2

Foto van overwinningnoun

Vocabulary

het overzicht · outline

Dutch · B2

Foto van overzichtnoun

Vocabulary

P · P

Dutch · A0

Foto van Pletter

Vocabulary

het paardrijden · riding

Dutch · A2

Foto van paardrijdennoun

Vocabulary

paars · purple

Dutch · A0

Foto van paarsadjective

Vocabulary

het pad · path

Dutch · B1

Foto van padnoun

Vocabulary

de paddenstoel · mushroom

Dutch · A2

Foto van paddenstoelnoun

Vocabulary

het pak · suit

Dutch · A2

Foto van paknoun

Vocabulary

pakket · package

Dutch · B2

Foto van pakketnoun

Vocabulary

het pakketje · parcel

Dutch · B1

Foto van pakketjenoun

Vocabulary

het paleis · palace

Dutch · B1

Foto van paleisnoun

Vocabulary

de pan · pan

Dutch · B1

Foto van pannoun

Vocabulary

paneel · panel

Dutch · B2

Foto van paneelnoun

Vocabulary

paniek · panic

Dutch · B2

Foto van panieknoun

Vocabulary

de panty · tights

Dutch · A2

Foto van pantyzelfstandig naamwoord

Vocabulary

de papegaai · parrot

Dutch · B1

Foto van papegaainoun

Vocabulary

papier · paper

Dutch · A0

Foto van papiernoun

Vocabulary

parade · parade

Dutch · B2

Foto van paradenoun

Vocabulary

parallel · parallel

Dutch · B2

Foto van paralleladjective

Vocabulary

de paraplu · umbrella

Dutch · A2

Foto van paraplunoun

Vocabulary

het parfum · perfume

Dutch · B1

Foto van parfumnoun

Vocabulary

de parkeerplaats · car park

Dutch · A2

Foto van parkeerplaatsnoun

Vocabulary

parlement · parliament

Dutch · B2

Foto van parlementnoun

Vocabulary

partnerschap · partnership

Dutch · B2

Foto van partnerschapnoun

Vocabulary

parttime · part time

Dutch · B1

Foto van parttimeadjective

Vocabulary

de paskamer · try-on

Dutch · A2

Foto van paskamernoun

Vocabulary

het paspoort · passport

Dutch · A2

Foto van paspoortnoun

Vocabulary

de passagier · passenger

Dutch · A2

Foto van passagiernoun

Vocabulary

passen · fit

Dutch · B1

Foto van passenverb

Vocabulary

passend · appropriately

Dutch · B2

Foto van passendadverb

Vocabulary

passievol · passionate

Dutch · B2

Foto van passievoladjective

Vocabulary

de pasta · pasta

Dutch · B1

Foto van pastanoun

Vocabulary

Pat · Pat

Dutch · A1

Foto van Patnoun

Vocabulary

de patat · French fries

Dutch · B1

Foto van patatnoun

Vocabulary

het patroon · pattern

Dutch · B1

Foto van patroonnoun

Vocabulary

de pauze · pause

Dutch · A1

Foto van pauzenoun

Vocabulary

de pc · PC

Dutch · A2

Foto van pcnoun

Vocabulary

pen · pen

Dutch · A0

Foto van pennoun

Vocabulary

het pensioen · retirement

Dutch · B1

Foto van pensioennoun

Vocabulary

de penvriend · pen-friend

Dutch · A2

Foto van penvriendnoun

Vocabulary

de peper · pepper

Dutch · A2

Foto van pepernoun

Vocabulary

per lucht · by air

Dutch · B1

Foto van per luchtadverbial phrase

Vocabulary

per ongeluk · accidentally

Dutch · B2

Foto van per ongelukadverb

Vocabulary

per post · by post

Dutch · A2

Foto van per postadverb

Vocabulary

per spoor · by rail

Dutch · B1

Foto van per spooradverb

Vocabulary

per zee · by sea

Dutch · B1

Foto van per zeebijwoordelijke uitdrukking

Vocabulary

permanent · permanent

Dutch · B2

Foto van permanentadjective

Vocabulary

het personeel · staff

Dutch · A2

Foto van personeelnoun

Vocabulary

persoonlijk · personal

Dutch · B1

Foto van persoonlijkadjective

Vocabulary

perspectief · perspective

Dutch · B2

Foto van perspectiefnoun

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →