Leesdialoog
-
Lars
Januari valt in de winter.
January is in winter.
-
Anna
Mijn zus is jarig in februari.
My sister's birthday is in February.
-
Lars
Maart is het begin van de lente.
March is the start of spring.
-
Anna
April heeft dertig dagen.
April has thirty days.
-
Lars
Ik hou van mei en juni.
I love May and June.
-
Anna
In juli ga ik naar de zee.
In July I go to the sea.
Behandelde grammaticaonderwerpen
Oefen deze les in SmartWords
Luister, herhaal en tik op elk woord in de dialoog om de betekenis en audio te zien.
Andere A0-lessen in het Nederlands
Speel SmartWords-spellen
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →-
Word Sling
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu → -
Word Gate
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu → -
Word Ninja
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu → -
Word Zip
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu → -
Word Oddity
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu → -
Word Memory
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →