- Taal
- Spaans
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Pronombres
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Spaanse vragende voornaamwoorden zijn woorden waarmee je vragen stelt over mensen, dingen, plaatsen, redenen, manieren of hoeveelheden.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze voornaamwoorden in het Spaans als je specifieke informatie wilt vragen: over een persoon, een ding, een plaats, tijd, reden, manier of hoeveelheid.
Belangrijke vormen
- ¿Qué?
- ¿Quién? / ¿Quiénes?
- ¿Cuál? / ¿Cuáles?
- ¿Dónde?
- ¿Cuándo?
- ¿Cómo?
- ¿Por qué?
- ¿Cuánto/a/os/as?
Voorbeelden
¿Qué quieres comer?
Nederlands: Wat wil je eten?
¿Dónde vives?
Nederlands: Waar woon je?
¿Quién es tu profesor?
Nederlands: Wie is jouw docent?
¿Por qué estudias español?
Nederlands: Waarom leer je Spaans?
¿Cuántos años tienes?
Nederlands: Hoe oud ben je?
Tips
- Vragende voornaamwoorden hebben altijd een accent in directe en indirecte vragen.
- Sommige voornaamwoorden passen zich aan aan het geslacht en het aantal ('¿Cuánto?', '¿Cuánta?', '¿Cuántos?', '¿Cuántas?').
- Verwar '¿Qué?' (wat) niet met '¿Cuál?' (welke); '¿Cuál?' gebruik je bij een keuze uit opties.
Uitzonderingen en randgevallen
- Ook in indirecte vragen blijft het accent op het vragend voornaamwoord staan.
- Woorden als 'qué' en 'cuál' kunnen verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context.