- Taal
- Spaans
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Modo imperativo
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De Spaanse 'imperativo afirmativo' is de vorm die je gebruikt om directe bevelen, instructies of verzoeken te geven aan één of meer personen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de affirmatieve imperatief in het Spaans om iemand te vertellen wat hij/zij moet doen, om advies, instructies of aanmoedigingen te geven.
Belangrijke vormen
- Tú: gebruik de stam van het werkwoord en een speciale uitgang ('habla', 'come', 'vive').
- Vosotros/as: voeg '-d' toe aan de stam ('hablad', 'comed', 'vivid').
- Usted en ustedes: gebruik de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd ('hable', 'coman').
Voorbeelden
¡Llama a tu madre!
Nederlands: Bel je moeder!
Bebe agua.
Nederlands: Drink water.
Ven aquí.
Nederlands: Kom hier.
Estudiad para el examen.
Nederlands: Leer voor het examen (jullie allemaal).
Pase, señora.
Nederlands: Gaat u maar, mevrouw.
Tips
- De uitgangen voor 'tú' in de imperatief zijn anders dan in de tegenwoordige tijd.
- Negatieve bevelen gebruiken een andere vorm (de aanvoegende wijs).
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de imperatief, leer de belangrijkste uit je hoofd.
Uitzonderingen en randgevallen
- Werkwoorden als 'ir', 'ser', 'tener', 'venir', 'poner', 'salir', 'hacer' en 'decir' zijn onregelmatig ('ve', 'sé', 'ten', 'ven', 'pon', 'sal', 'haz', 'di' voor 'tú').