¿Qué estudias?
Nederlands: Wat studeer je?
In het Spaans zijn 'pronombres interrogativos' vraagwoorden die je gebruikt om informatie te vragen over personen, dingen, plaatsen, redenen, enzovoort.
Gebruik deze woorden in het Spaans om te vragen naar iets (wat), iemand (wie), een plaats (waar), tijd (wanneer), reden (waarom), manier (hoe) of hoeveelheid (hoeveel). Ze staan meestal aan het begin van de vraag.
¿Qué estudias?
Nederlands: Wat studeer je?
¿Dónde está mi bolso?
Nederlands: Waar is mijn tas?
¿Quién llama a la puerta?
Nederlands: Wie belt er aan?
¿Cómo llegas a la escuela?
Nederlands: Hoe kom je op school?
¿Cuántos años tienes?
Nederlands: Hoe oud ben je?