Taal
Spaans
Niveau
A2
Eenheid
Tiempos pasados y futuros
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'pretérito indefinido' is een Spaanse verleden tijd die je gebruikt om afgeronde handelingen in het verleden te beschrijven. Hier leer je hoe je deze tijd gebruikt met regelmatige werkwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het 'pretérito indefinido' voor acties die op een bepaald moment in het verleden zijn gebeurd en afgerond, zoals gisteren, vorige week of in een specifiek jaar.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ayer estudié español.

Nederlands: Gisteren heb ik Spaans gestudeerd.

Comimos pizza el viernes.

Nederlands: We aten pizza op vrijdag.

María vivió en Madrid en 2019.

Nederlands: María woonde in 2019 in Madrid.

Hablaste con tu amigo.

Nederlands: Jij sprak met je vriend.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen