El libro está aquí.
Nederlands: Het boek is hier.
Adverbios de lugar zijn Spaanse woorden die aangeven waar iemand of iets is. Ze beantwoorden de vraag ‘waar?’ in een zin.
Gebruik adverbios de lugar om in het Spaans aan te geven waar personen, dieren of dingen zich bevinden. Ze zijn handig om posities of richtingen te beschrijven.
El libro está aquí.
Nederlands: Het boek is hier.
Mi amigo está allí.
Nederlands: Mijn vriend is daar.
El gato duerme debajo de la mesa.
Nederlands: De kat slaapt onder de tafel.
La escuela está cerca.
Nederlands: De school is dichtbij.
La silla está al lado de la ventana.
Nederlands: De stoel staat naast het raam.