Mi casa es grande.
Nederlands: Mijn huis is groot.
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans zijn woorden zoals 'mi', 'tu', 'su', enzovoort. Ze geven aan van wie iets is en staan vóór het zelfstandig naamwoord.
Gebruik Spaanse bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden om bezit of relatie aan te geven (zoals 'mijn boek', 'jouw vriend'). Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan in aantal (en soms geslacht).
Mi casa es grande.
Nederlands: Mijn huis is groot.
Tus amigos son simpáticos.
Nederlands: Jouw vrienden zijn aardig.
Su hermano vive en Madrid.
Nederlands: Zijn/haar broer woont in Madrid.
Nuestros perros son pequeños.
Nederlands: Onze honden zijn klein.
Vuestra profesora es amable.
Nederlands: Jullie lerares is vriendelijk.