- Taal
- Spaans
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Pronombres, artículos y palabras de referencia
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Lidwoorden zijn kleine woorden voor zelfstandige naamwoorden. In het Spaans geven ze geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) aan, en signaleren ze of een zelfstandig naamwoord specifiek of algemeen is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'un/una' voor één niet-specifiek item, 'el/la' voor een bekend of specifiek item.
Belangrijke vormen
- un/una + enkelvoud zelfstandig naamwoord
- el/la + specifiek enkelvoud zelfstandig naamwoord
- los/las + specifiek meervoud zelfstandig naamwoord
Voorbeelden
Tengo una bolsa.
Nederlands: Ik heb een tas.
Ella es una artista.
Nederlands: Zij is een artieste.
La bolsa está en la mesa.
Nederlands: De tas ligt op de tafel.
Él quiere un boleto.
Nederlands: Hij wil een kaartje.
Tips
- Kies het lidwoord op basis van geslacht en getal: un libro, una mesa.
- Oefen eerst met veelvoorkomende zelfstandige naamwoorden.
- Lidwoorden zijn frequent en belangrijk voor natuurlijk Spaans.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige zelfstandige naamwoorden verschijnen zonder lidwoord in vaste uitdrukkingen: en casa, ir a clase.